Het Nationaal Glasmuseum

Het Nationaal Glasmuseum

Het Nationaal Glasmuseum

2021-09-04T13:20:17+00:00

Aan het begin van de 21e eeuw was het Nationaal Glasmuseum ernstig in verval geraakt. Het museum was gevestigd in de verwaarloosde villa van de fabrieksdirecteur die het Leerdamse glas een eeuw eerder groot had gemaakt. Een wat treurig monument van een roemrucht industrieel en ook idealistisch verleden. Aanvankelijk was het een typisch bedrijfsmuseum geweest maar hoe meer het Leerdamse glas in de loop van de vorige eeuw in de problemen was gekomen door goedkope concurrentie uit lage lonenlanden, hoe meer het museum probeerde een eigen artistieke koers te varen. Het museum richtte zich op hedendaagse glaskunstenaars die vaak in hun eigen studio vrije kunstwerken maakten. Rijp en groen door elkaar en, als we eerlijk zijn, zonder veel ontwikkeling. Een vergrijzend publiek verzamelde nog wel, maar glas was allesbehalve hip.

Rond het jaar 2000 was de nood bij de glasfabriek zo gestegen dat ze besloten de waardevolle collectie en het museumpand te verkopen. Als eerste boden ze het aan de museumstichting aan, maar als die het geld niet bij elkaar kon krijgen dan zou het naar de hoogst biedende gaan. Het glasmuseum in Corning, USA bijvoorbeeld. Bestuurslid Wouter Ritsema van Eck vroeg mij om een fondsenwervingsplan te maken. Dat wilde ik wel maar ik dacht dat zo’n plan alleen kans van slagen had als dit ingebed zou worden in een compleet transformatieplan voor het museum. Samen met conservator Job Meihuizen schreef ik in 2001 een plan onder de noemer “Het Schoone Wint”, één van de idealistische motto’s van de oude fabrieksdirecteur. Al in 2001 werd het pand gekocht en in het voorjaar van 2002 werd de collectie verworven met steun van het Ministerie OCW, de Mondriaanstichting en de Vereniging Rembrandt. Maar hoe nu verder? Het pand stond op instorten, dagelijks moest de vooroorlogse verwarmingsinstallatie worden bijgevuld omdat het water onder de vloer weglekte. Vanwege ruimtegebrek was de collectie deels opgeslagen in een voormalige wc.

Het ‘toiletdepot’ in 2001 en het transparante depot bij de heropening in 2010.

Eind 2003 kozen we de vlucht vooruit en vroegen we een subsidie aan voor de Basisinfrastructuur van het rijk. Tot onze stomme verbazing werd dat verzoek ingewilligd en kreeg het museum een plek in de BIS met een meerjarige subsidie. De enige eis die het ministerie stelde is dat het museum zou professionaliseren en een directeur aanstellen. In oktober 2004 begon ik daaraan voor aanvankelijk twee dagen in de week met een heldere opdracht: het vervallen en veel te kleine museum restaureren, uitbreiden en professionaliseren. Maar dat, zo realiseerde ik me, kon alleen als we een nieuwe relevantie voor het glas konden vinden. Een relevantie die verder ging dan slechts een thuis bieden aan de artistiek gezien weinig innovatieve glaskunstgemeenschap in Nederland.Niet alleen het museum maar glas zelf moest weer relevant worden.

Modeontwerpers Klavers en Van Engelen ontwierpen ‘constructief’ glas voor hun najaarscollectie 2008

Daartoe gaven we opdrachten aan vormgevers, modeontwerpers en aan kunstenaars die vrijwel geen van allen eerder gewerkt hadden met glas. Al snel deden zich nieuwe kansen voor. Per 1 januari 2007 fuseerde het museum bijvoorbeeld met de toeristische attractie ‘Glascentrum Leerdam’ in het centrum van de stad. Het glascentrum werd een aparte vestiging van het museum. Onder de nieuwe naam ‘De Glasblazerij’ kreeg het museum er niet alleen een publieksattractie bij maar ook een klein fabriekje met ongekende mogelijkheden om te experimenteren met glas.

Vanaf 2010 lieten we ook kinderen glasblazen!

Kort daarna konden we de buurvilla van het museum aan de Lingedijk kopen. Die aankoop bracht de restauratie en uitbreiding van het museum zelf in een stroomversnelling. Architect Peter van Assche van Bureau SLA verbond de twee villa’s met elkaar door vier lange loopbruggen op elke verdieping. In die loopbruggen kwam het ‘transparante depot’ waardoor de 10.000 stuks glaswerk allemaal tegelijk getoond konden worden. Een briljant ontwerp dat door de Volkskrant geroemd werd als beste ontwerp van dat jaar.

In juni 2010 kon het compleet vernieuwde glasmuseum officieel worden heropend door Koningin Beatrix. Eindelijk deden we de grootse naam van ‘Nationaal’ Glasmuseum de eer aan die het verdiende.

Ter gelegenheid van de heropening publiceerden we het tijdschrift GLAS (ontwerp Suzanne Hertogs) vol ‘breekbare idealen’.

Arnoud Odding